In Nederland is in oktober 2020 bij wilde vogels en een pluimveebedrijf vogelgriep ontdekt. Bij de wilde vogels die gevonden zijn gaat het gaat om het zeer besmettelijke type H5N8. In het geval van het bedrijf gaat het om een variant van H5 maar is nog niet duidelijk welke. De Rijksoverheid heeft maatregelen genomen om verspreiding van het virus te voorkomen. En om het risico op besmetting tegen te gaan. Rondom het besmette bedrijf gelden aanvullende maatregelen. Er komt een ophokplicht voor alle pluimveebedrijven die 250 of meer dieren houden. Minister Schouten neemt die maatregel naar aanleiding van de recente vondst van zes dode knobbelzwanen in Kockengen, bij Utrecht. Bij twee van de dieren is vogelgriep aangetroffen van de variant H5N8. Inmiddels wordt ook een dode smient uit dezelfde omgeving getest.

Het virus komt waarschijnlijk uit Rusland en is door trekvogels naar Nederland gebracht. Volgens de ‘deskundigengroep dierziekten’ is er een groot risico dat het virus op pluimveebedrijven opduikt via wilde vogels. Pluimveebedrijven met een uitloop hebben namelijk een grotere kans om vogelgriep ‘in te slepen’.

Ophokplicht en afschermplicht

In heel Nederland geldt een ophok- en afschermplicht voor risicovogels zoals pluimvee, watervogels en loopvogels. Dit geldt voor: bedrijven die vogels houden voor de productie van vlees en eieren en voor bedrijven die vogels fokken die in het wild worden uitgezet.

Dat betekent dat deze bedrijven hun dieren binnen moeten houden.

Niet in de stal

Schouten neemt naast de ophokplicht nog een andere maatregel: eendenfokkerijen worden verplicht in de stal gebruikt strooisel zo op te slaan dat het ontoegankelijk is voor wilde vogels. Ook mag materiaal van het erf niet in de stal terechtkomen.

De ophokplicht gaat om middernacht in. Schouten roept mensen op de vondst van dode wilde vogels te melden bij instanties zoals de voedsel- en warenautoriteit NVWA of het DWHC (Dutch Wildlife Health Centre) in Utrecht.

Hobbyvogels, dierentuinen en kinderboerderijen

Eigenaren van hobbyvogels, die als risicovogel (zoals pluimvee, watervogels en loopvogels) zijn genoemd, moeten voorkomen dat de dieren in contact komen met wilde (water)vogels of met vogelpoep. Bijvoorbeeld door de dieren onder te brengen in een ren of volière. Dit geldt ook voor dierentuinen en kinderboerderijen.

Lees alles nog eens na op de site van het ministerie. Klik hier.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.